Switch

Een switch is een apparaat dat computers met elkaar verbind op laag 2. Simpel uitgedrukt is een switch een verdeelblok voor netwerkbekabeling.
Zoals te zien is in onderstaande afbeeldingen kan een switch gaan van een “domme” 8 poort switch voor thuis, tot industriële chassis switches met talrijke mogelijke instellingen.

Naast de switch is er iets als een Hub. Dit is de voorloper van de switch en die zijn functionaliteit was beperkt tot het elektrisch aaneenknopen van de netwerkkabels en het signaal regenereren (niet versterken). Een hub is iets wat je nu niet meer nieuw kan kopen en kan beschouwd worden als achterhaalt.

 

Het prijsverschil tussen verschillende modellen zit vooral in:

  • Aantal poorten: van 4 tot 48 bij “normale” switches
  • Poortsnelheid: 10Mb/s – 100Mb/s – 1Gb/s – 10Gb/s – 40Gb/s
  • Technologie: Ethernet – Infiniband – Fiber channel
  • Type aansluiting: Koper (RJ45), SFP (voor gebruik met optische vezel of twinax)
  • Features zoals:
    • POE (Power Over Ethernet): dient om de switch als voeding te gebruiken voor access points, IP telefoons, IP camera’s, …
    • Redundante voeding: een dubbele voeding om bij een defect aan een voeding geen onderbrekingen te hebben in het netwerk
    • Stacking: mogelijkheid om verschillende switches te stappelen (stacken) om zo één grote switch te verkrijgen
  • Mogelijkheid tot LACP, QOS, STP (zie hieronder)
  • Layer 2/3:
    • een layer 3 switch kan overweg met routerings protocols zoals RIP, BGP, EIGRP, …
    • Layer 3 swicthes hebben andere functies dan layer2 switches zoals: filtering, QOS, access lists

Voor bedrijven (of eventueel particulieren) kunnen onderstaande zaken geconfigureerd worden, dit zijn enkel de meest gebruikte zaken. Indien u meer informatie wenst kan u contact opnemen met mezelf.

LACP (Link Aggregation Control Protocol): dit is het bundelen van verschillende verbindingen tussen twee switches (of servers) zodat er tussen twee switches een logische link ontstaat met een veel hogere bandbreedte.

lag-lacp

VLAN’s en VLAN trunking: Met VLAN’s (Virtual Local Area Network) kan een switch opgedeeld worden in verschillende logische kleinere swicthes. Met trunking kan dan alle informatie van alle VLAN’s verzonden worden naar een andere switch.

inline_STP_VLANs

STP (Spanning Tree Protocol): In onderstaande afbeelding is te zien hoe in een bedrijf een netwerk hoort opgebouwd te zijn. Op deze wijze functioneert het netwerk nog indien één of meerder apparaten of verbindingen falen. Hiervoor heb je switches nodig die STP ondersteunen. Dit dient ook geconfigureerd te worden.

spanningtree1